Telefoneren door de tijd heen

De telefoon is tegenwoordig niet meer weg te denken uit onze samenleving. Het is het meest gebruikte apparaat om over lange afstanden contact te hebben met andere mensen. Je zou het niet denken maar de telefoon is al 156 jaar oud. In 1860 kreeg de Duitse natuurkundige Philipp Reis het voor elkaar om te spreken met iemand van een afstand, dat verstaanbaar was. Het apparaat wat hij gebruikte was een groot houten toestel met een opnemer en een weergever. Omdat het toestel zo lastig te gebruiken was sloeg zijn uitvinding niet aan en bleven de mensen toch maar brieven naar elkaar schrijven. Pas in 1876 kwam de echte telefoon tot stand die we vandaag de dag kennen door Alexander Graham Bell. Hij heeft zijn naam gelijk gekoppeld aan de uitvinding, hier is het werkwoord “bellen” uit ontstaan.

De eerste telefoons hadden geen tussencentrale om te kunnen bellen. Elke telefoon was individueel verbonden met een andere telefoon. Toen de telefoon populairder werd nam het aantal fors toe waardoor uiteindelijk de doorverbindcentrales ontstonden. Toen moest je bellen naar de centrale en gaf je door wie je aan de lijn wilde, je werd vervolgens doorverbonden met de desbetreffende persoon.

Tegenwoordig zijn vrijwel alle telefoons verbonden met elkaar, doorschakelcentrales zijn nu niet meer nodig. De telefoons zijn niet alleen draadloos verbonden met elkaar, het toestel zelf is ook draadloos. Je kan er zo mee door het hele huis lopen. Ook mobiele telefoons zijn tegenwoordig hartstikke normaal. Je kan er gemakkelijk overal en iedereen mee opbellen en vrijwel iedereen heeft er een. Doordat het zo eenvoudig is om te bellen worden bedrijven heel veel gebeld, dit is soms lastig te overzien. Daarom zijn er telefoonservices ontstaan. deze service zorgt ervoor dat al je telefonisch contact word opgenomen en behandeld. Dit geld alleen voor inkomende telefoontjes, deze bedrijven worden ook wel inbound callcenters genoemd.

http://www.antwoordservice-telefoonservice.nl/